Indische Loopeend
De Indische loopeend is een al heel lang bestaand eendenras. Er zijn afbeeldingen gevonden van meer dan 2000 jaar oud. Het moet rond 1850 geweest zijn dat ze via schepen Europa bereikten.
Land van Herkomst: IndonesiëStatus: Veel voorkomend
Erkend voor tentoonstellingen: Europees
Temperament en gedrag
De Indische loopeend is een zeer alerte eend. Het is een actief en vriendelijk ras. Ze vinden het heerlijk om de hele dag rond te rennen in de tuin opzoek naar iets lekkers. Tussen het doen van een dutje door uiteraard. Deze eend is een prima werknemer voor in je (moes)tuin. Ook in Duitsland worden ze veel gebruikt voor slakkenbeheer in tuinen. Daar kregen ze dan ook de bijnaam Schneckenfresser. Een beetje schuchter zijn de meeste wel, hoe nieuwsgierig ze ook zijn.

Fysieke kenmerken
Erkende kleurslagen: Alle E-kleuren; snavel en pootkleur kan per ras verschillen, raadpleeg de standaardGewichtstype:
LichtGewicht:
♂ 1.75-2.25kg♀ 1.5-2.0kg
Rasbeschrijving
Geschreven op basis van de gegevens uit de Nederlandse standaard

De loopeend is een vrij hooggestelde eend met opvallende opgerichte houding en een lange nek. Het lichaam van de eend lijkt wat op een ouderwetse soda fles. Sommige mensen noemen deze eend dan ook wel fles-eend. Er zijn afbeeldingen bekend met deze eenden erop van meer dan 2000 jaar oud.
In bovenstaande video zie je een rennend Indische loopeend pulletje (wit)
Loopeenden komen voor in 45 kleurslagen en leggen veel eieren. De eend loopt rechtop, je ziet deze houding het beste wanneer de eend alert is of wanneer ze rennen.
Tijdens de show wordt er ook gekeken naar de staart. Wanneer deze teveel horizontaal staat noemen sommige dat een “te blije staart”
Enkele rasspecifieke kenmerken
Nut kenmerken
Dubbeldoel ras
Geschat aantal eieren per jaar:
De Indische loopeend staat bekend om de grote ei productie, tot wel 100-en per jaar. Bij een legwedstrijd in Auckland - Nieuw Zeeland was er een loopeend die in 46 weken tijd, 294 eieren legde (zie afbeelding onderaan de pagina). Toch is dat niet altijd het geval. Het aantal eieren is per bloedlijn verschillend. Wanneer je selecteert op de legcapaciteit kan het aantal enorm oplopen. Maar wanneer de bloedlijn te beperkt wordt door inteelt, zal de eierproductie juist significant teruglopen.Omschrijving kenmerken van het ei
Eivorm:Vrij groot voor het formaat eend. Het minimale gewicht volgens de nederlandse standaard is 65 gram. De kleur van de eieren is deels gerelateerd aan de kleur van de eend. Over het algemeen zijn ze wit of groenig van kleur. Een zwarte loopeend heeft soms ook een donker tot zwart gekleurd ei, met name aan het begin van de legperiode. Waar de groene kleur echt in de eierschaal zit, ligt de zwarte kleur er bovenop. Alsof de eend het ei geprint heeft. Binnen de groep kan de grootte van het ei per dier soms wat verschillen. Het minimale gewicht volgens de nederlandse standaard is 65 gram.Geschiedenis van het ras
Wanneer je geïnteresseerd bent in de geschiedenis van de Indische Loopeend is het boek the Indian Runner Duck geschreven door C&M Ashton een echte aanrader. Daarin wordt beschreven dat deze eend zo tweede helft 19e eeuw Europa bereikt. In het begin sprak men nog niet over de loopeend. Zo weten we dat sommigen zoals Harrison Weir maar ook Darwin deze eend de Penguin duck noemde. Dit kwam omdat de eend als een pinguïn loopt in plaats van waggelend zoals de andere eendenrassen.
Het is niet helemaal duidelijk waarom deze eend Indische als voorvoegsel heeft gekregen. Want de origine van het ras ligt hoogstwaarschijnlijk in en om Maleisië. Dit oude ras is, zoals we zojuist al vermelde, meer dan 150 jaar geleden in Europa terecht gekomen. Hard bewijs is er niet voor een eerste datum. Er is een geschreven bron bekend die in 1854 schrijft dat er in Rotterdam, “Ducks of a peculiar appearance” waren. Mogelijk gaat het hierbij om de Indische Loopeend. En Kenneth Broekman, de oudere leden wel bekend, vond in zijn onderzoek naar de historie van dit ras, dat er daarvoor ook al geconserveerde eenden en eieren uit die regio werden ingevoerd.
Voorlopers van de Indische eend zoals we die nu kennen waren waarschijnlijk al in de 17e eeuw aanwezig in Europa. De Indische loopeend heeft op zijn beurt ook weer een bijdrage geleverd aan het ontstaan van andere rassen zoals onder andere de Huttegemse eend en de Streicher eend. Dit ras staat daarmee in het verleden, heden én de toekomst.
In 1907 werd de Indische loopeend in Engeland voor het eerst in de standaard omschreven als: een eend met een fijn hoofdje met alerte hooggeplaatste oogjes en een schedel die doorloopt in de snavel. Onderaan de lange nek een vloeiend/rond lopend lichaam en lange sterke poten.
Er bestaat ook een loopeend met kuif. Die worden historisch gezien de Bali Soldier of Bali eend genoemd.







